Bartok & Kurtag

In zijn 1ste strijkkwartet toont Bartok zijn romantische ziel, door zich openlijk te verzuchten aan zijn onbeantwoorde liefde voor de violiste Stefi Geyer. Het intens gebruik van contrapunt wijst in beginfase op een duidelijke invloed van Beethovens latere werk, terwijl de volksmuziek in het laatste deel een voorbode is voor de typische Bartok-stijl van later.
Een heel andere, extraverte toon horen we in zijn 4de kwartet, dat hij zeventien jaar later componeerde. De uitgebreide instrumentale technieken vliegen je rond de oren: glissandi, de percussieve 'Bartok' pizzicati en 'gewone' pizzicati, het doorgedreven gebruik van de sourdine, het slaan met het hout van de strijkstok tegen de snaren, enz.

Ter afwisseling speelt ARSIS4 de prachtige Microludien van György Kurtag. Op Weberniaanse wijze treffen we hier 12 muzikale miniaturen aan, soevereine mini-wereldjes, waarbij transparante klankkleuren en contrasten centraal staan.

Programma

B. Bartok      Kwartet nr. 1 in a, Sz 40

G. Kurtag     12 Microludiën, opus 13

B. Bartok      Kwartet nr. 4, Sz 91

 

ARSIS4 + Marie Hallynck

Schubert werd tijdens zijn leven nauwelijks serieus genomen als componist van kamermuziek. 2 maanden voordat de componist zou sterven, stuurde hij zijn strijkkwintet in C -nog nat van de inkt- op naar zijn uitgever. Deze antwoorde hem prompt dat hij liever nog wat liederen of pianostukken wou om mee te werken... De première en de eerste publicatie vond dan ook pas plaats, vele jaren na Schuberts overlijden. Vandaag de dag kunnen we ons geen top-10 lijst van kamermuziek hits voorstellen waarbij het strijkkwintet in C van Schubert niet ergens bovenaan eindigt! Dat het werk voor magische en trancendentaal magnetische aantrekking blijft zorgen, ondervindt ook ARSIS4, dat voor deze gelegenheid samenspeelt met de begenadigde celliste Marie Hallynck.

Programma

L.v. Beethoven        Kwartet opus 18, nr 6

J. Widmann            Kwartet nr. 1

Fr. Schubert           Strijkkwintet in C, D 956

 

ARSIS4 + Barbara Baltussen

Dmitri Sjostakovitsj schreef zijn enige pianokwintet in 1940 in opdracht van het Beethoven kwartet, dat vrijwel alle strijkkwartetten van Sjostakovitsj creëerde. Het pianokwintet werd zijn meest succesvolle compositie tot dan toe. De critici waren vol lof en het werk werd ook bekroond met de Stalin Prijs. Ondanks de vijfdeligheid heeft het kwintet een traditionele vorm. Voor Sjostakovitsj betekende dit een terugkeer naar het oude na jaren van experimenteren.
In zijn artikel Neue Wege uit 1853 omschreef Schumann de kamermuziek van Brahms als ‘symfonieën in vermomming’. Zelden was zo’n omschrijving passender als voor het Pianokwintet op. 34. Dit werk werd oorspronkelijk gecomponeerd als strijkkwintet met twee celli. Brahms’ invloedrijke vriend Joseph Joachim leverde daarop nogal wat negatieve kritiek. Brahms nam die ter harte en werkte het kwintet om tot een sonate voor twee piano’s. Toen ook die versie niet mild werd ontvangen, wendde hij zich tot Clara Schumann en als resultaat van haar adviezen werd het werk omgezet in de definitieve vorm van pianokwintet. De rol van de piano is hier nadrukkelijk en uitbundig maar ook raadselachtig en introspectief. 

Programma

D. Sjostakovitsj    Pianokwintet, op. 57

J. Brahms            Pianokwintet in f, op. 34

 

ARSIS4 + Guido De Neve + Jan Michiels

Parijs, anno 1890. Ernest Chausson, een jonge begoede advocaat, houdt een salon waar vele concerten worden gegeven. Onder de gebruikelijke gasten bevinden zich de kunstschilders Degas, Manet, Redon, Renoir, de beeldhouwer Rodin, schrijvers als Mallarmé, componisten als Franck, Ravel, D'Indy en Debussy alsook de virtuozen Ysaÿe en Cortot. Het wordt hét trefpunt van de artistieke en geestelijke elite van Parijs. De jonge garde breekt met het verleden door zich open te stellen voor niet-Franse invloeden. Vele artiesten zijn geheel in de ban van Wagner met zijn chromatiek, eindeloze melodieën en zijn 'Leitmotiv' en is de nieuwe avant-garde verleid door het exotisme uit Japan en China. Allen zijn ze op zoek naar hun eigen stem. De stad borrelt als een immens laboratorium, vol van nieuwe ideeën en grenzenloze inspiratie.

Programma

Cl. Debussy     Kwartet in g, opus 10 (1893)

E. Ysaÿe          Poème Elégiaque, opus 12 (1893)

E. Chausson    Concerto voor viool, piano en strijkkwartet in D, opus 21 (1889-1891)